2. De visie

In de visie beschrijven we op hoofdlijnen wat onze uitwerking is van de opgaven die we in het vorige hoofdstuk hebben geformuleerd. De belangrijkste keuzes worden hier gemaakt. We zetten – in goed managementjargon – een stip op de horizon.

Langs de lat van het Drents DNA

Voor de ontwikkeling van de kwaliteit, identiteit en eigenheid van de binnenstad is het Drents DNA het leidende principe. Drents DNA geeft een naam aan een sfeer en beleving die uniek is voor Assen. Die sfeer is het meest zichtbaar en voelbaar in het zuidelijke deel van de binnenstad. Het gebied rond de Brink, uitlopend naar de kop van de Vaart. Hier stond het klooster Maria in Campis, dat aan de basis staat van Assen zoals we het nu kennen.

Assen was eigenlijk helemaal geen stad toen het in 1809 stadsrechten kreeg van Lodewijk Napoleon. Er woonden toen maar 600 mensen. Daarin onderscheid Assen zich van andere provinciehoofdsteden, die zonder uitzondering al echte steden waren. En dat merk je tot op de dag van vandaag. Assen is toch echt een middelgrote stad geworden met 67.000 inwoners en alle voorzieningen en bedrijvigheid die daarbij horen. Maar het voelt voor velen nog als een groot dorp, in de positieve zin van het woord. Het zit kennelijk in ons DNA. Daarom kiezen we in de omgevingsvisie ook voor de ontspannen stedelijkheid in een dynamische, verbonden en groene (hoofd)stad. Dat past bij ons. Als je ons DNA verder ontleedt, dan kom je op kernwaarden als de brinken, paleizen, tuinen, lanen, pleinen, panden, een prettige schaal en een fijnmazig stratenpatroon. Kortom kwalitatieve gebouwen en groene openbare ruimte in een fijnmazig en verbonden structuur. Deze kernwaarden willen we ook ontwikkelen in de rest van de binnenstad.

Alles wat we doen, leggen we langs de lat van het Drents DNA. Maar we maken zeker geen letterlijke kopie, we ontwikkelen dezelfde sfeer en beleving in een eigentijdse uitvoering.

Publiekshart

We concentreren commerciële en culturele functies rond de Brink, het Koopmansplein en de kop van de Vaart en het tussenliggende gebied. Op deze manier werken we toe naar een compact en aaneengesloten centrum. Omdat het publiekshart kleiner wordt, worden de loopstromen weer dikker en de looproutes korter. Dit is een win-winsituatie voor de bezoeker en de ondernemer. Het wordt gezelliger in de stad. Je hoeft niets meer te missen tijdens je bezoek. En die gezellige drukte maakt het voor ondernemers rendabel om te investeren in hun zaak en hun pand.

We kiezen voor dit gebied, omdat we hier op lange termijn de beste kansen zien om het Drents DNA te ontwikkelen. Het gebied sluit aan bij de historische ontwikkeling van de binnenstad. Dit is altijd het publiekshart van Assen geweest. De belangrijke cultuurdragers van Assen zitten in dit gebied, zoals het Drents Museum, de Brink, de Vaart en DNK. En – ook niet onbelangrijk – de diversiteit aan functies is al groot. We hoeven hier niet opnieuw te beginnen, we kunnen voortbouwen op wat er al is. Daarbij zoeken we naar mogelijkheden om DNK steviger te verbinden met het publiekshart en nieuwe culturele initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld beeldende kunst of jongerencultuur hier een plek te geven. 

Het compacte publiekshart: Koopmansplein, Brink en Kop van de Vaart als ankerpunten

Het transformatiegebied

De keuze voor een compact publiekshart betekent dat er straten aan de randen van dit gebied buiten het publiekshart gaan vallen. In sommige gevallen is die ontwikkeling al gaande, zoals in de Oude Molenstraat en de Groningerstraat. Maar voor andere winkelgebieden is dit nieuw. Hier is de leegstand nu misschien nog niet zo groot, maar we kijken naar de lange termijn. Het bieden van nieuw perspectief voor deze gebieden vinden we even belangrijk als de ontwikkeling van het publiekshart. Het één kan niet zonder het ander.

De Triade krijgt al steeds meer het profiel van een wijkwinkelcentrum. Er zit een goede combinatie van supermarkten. Deze worden aangevuld met een drogist, een slijter, tijdschriftenhandel, et cetera. Er zijn ruime parkeermogelijkheden. Hier kunnen bewoners uit de binnenstad en de wijken daaromheen terecht voor hun dagelijkse boodschappen. Dit profiel past bij de Triade en dat zien we graag verder ontwikkelen met onder andere meer (vers)speciaalzaken.

Het Ceresplein doet het op dit moment goed en laten we ervan uitgaan dat dit nog een aantal jaren zo blijft. Maar als de concentratie doorzet, dan komt dit winkelgebied buiten het publiekshart te liggen. We zien hier perspectief in de vorm van werken, commerciële en maatschappelijke dienstverlening, in aansluiting op het wijkwinkelcentrum Triade. Aan deze functies is – juist op lange termijn – behoefte in de binnenstad van Assen. Met de grote hoeveelheid woningen die we aan de binnenstad willen toevoegen, voor zowel jong, oud en gezinnen, ontstaat ook meer vraag naar zorgvoorzieningen als huisartsen, tandartsen en fysiotherapeuten. We zetten hier in op een geleidelijke verandering.

Het Mercuriusplein – de passage dus – is nu de verbindende schakel tussen het Ceresplein en Koopmansplein. Enerzijds doet deze winkelstraat het nog goed, maar we zien ook de kwetsbare kant van deze koopstraat. Samen met de voormalige V&D-locatie zien we hier een goede kansen voor herontwikkeling tot een nieuwe noordelijke vleugel van het centrum, waarbij ook de stedenbouwkundige structuur en ruimtelijke kwaliteit sterk verbeterd worden. Deze herontwikkeling hoeft niet van vandaag op morgen, maar we willen wel nu vast nadenken over de uitgangspunten.

De Cité is vrij recent gerealiseerd, in een tijd dat Assen anticipeerde op een groei naar 80.000 inwoners. Met de realisatie van dit winkelcentrum is het publiekshart enorm opgerekt. Nu we inzetten op concentratie valt de Cité alweer buiten het publiekshart en zoeken we een ander profiel. We denken hier aan het ontwikkelen van werken of onderwijs. De Cité ligt immers heel dicht bij het station. Maar ook het profiel als gespecialiseerde themacentrum voor keukens of badkamers is denkbaar. Er is voldoende parkeergelegenheid en het zou een geweldige aanvulling zijn voor de binnenstad.

De Oudestraat zit op de rand van het publiekshart. We zien hier in de toekomst wel ruimte voor een bijzonder winkeltje of een atelier, maar een aaneengesloten winkelfront lijkt op lange termijn niet meer haalbaar. Dat betekent dat we hier een mix van functies toestaan. Winkeltje, ateliers of ambachten kunnen worden afgewisseld met wonen. Een aanloopstraat in de goede betekenis van het woord.

In de rest van het transformatiegebied is wonen het nieuwe perspectief. Daar gaan we hierna verder op in.

Het compacte publiekshart

Wonen

In het publiekshart zien we met name in het gebied rond het Koopmansplein mogelijkheden om een substantieel aantal woningen toe te voegen. Dit gebied is nu vrij monofunctioneel ingericht voor winkels. Door woningen boven de winkels te realiseren, wordt het gebied ook buiten winkeltijden een aangenaam verblijfsgebied. De belangrijkste doelgroepen zijn jongeren en senioren die echt in het hart van de binnenstad willen wonen.

De setting wordt levendig stedelijk, het mogen best stevige gebouwen zijn. We gaan uit van vier bouwlagen met op een paar plekken ruimte voor een hoogte accent. We maken hier gesloten bouwblokken met een privaat en groen interieur. Wat dat precies betekent leggen we in het volgende hoofdstuk uit.

In de schil zetten we in op ontspannen stedelijk wonen. In dit gedeelte van de binnenstad kan je rustig wonen, maar wel met gemak van alle voorzieningen om de hoek. Dit is zeer aantrekkelijk voor jong tot oud, alleenstaand of in gezinsverband en voor mensen met een zorgvraag. Daarvoor ontwikkelen we uiteenlopende woningtypes in de vrije sector en sociale huur, met privé of collectieve buitenruimtes.

De openbare ruimte op de binnenterreinen aan de Menning, het gebied tussen de Groningerstraat en de Oude Molenstraat en het Dreuplein willen we vergroenen, aansluitend op nieuwe private tuinen of plaatsjes. Hiermee wordt niet alleen meer woonkwaliteit gemaakt, maar ook een klimaatbestendiger binnenstad.

Door woningen toe te voegen voorzien we in een behoefte én bieden we perspectief om de leefbaarheid te behouden en verbeteren in delen van de binnenstad waar veel leegstand is.  Om deze doelen te bereiken is strategisch verdelen van de aantallen woningen, woningtypes en prijsklassen over het publiekshart en de schil belangrijk. Daarom bekijken we per locatie zorgvuldig hoe het plan bijdraagt aan de doelen van de binnenstadsvisie en hoe het zich verhoudt tot andere ontwikkelingen in de binnenstad.

Impressie compact wonen in de binnenstad

Parkeren

Goede parkeervoorzieningen zijn een belangrijke randvoorwaarde voor het functioneren van een binnenstad. Nu de binnenstad verandert, verandert ook onze visie op parkeren in de binnenstad.

Het publiekshart wordt compacter en de ligging verschuift naar de driehoek Brink, Koopmansplein en kop van de Vaart. De parkeergarages Stadhuis, Drents Museum en DNK sluiten het beste aan bij deze nieuwe situatie. Dit worden dan ook de belangrijkste bronpunten voor de bezoekers van de binnenstad.

Door de toename van het wonen in de binnenstad ontstaat er ook een grotere behoefte aan parkeren voor bewoners. We geven er de voorkeur aan om dit zoveel mogelijk aan te bieden in onze publieke parkeergarages. Deze zijn goed bereikbaar en bijna altijd dichtbij (circa 200 meter). Bovendien hebben ze voldoende capaciteit om in deze behoefte te voorzien. We maken deze keuze met het Drents DNA in ons achterhoofd. Door verkeersbewegingen en parkeerplaatsen te concentreren kunnen we in de rest van de binnenstad meer ruimte en kwaliteit maken voor bezoekers, bewoners, fietsers, voetgangers, groen, enzovoort.

De Mercuriusgarage en de garages bij de Triade en de Cité krijgen een belangrijke rol in het parkeren voor de nieuwe bewoners van de binnenstad. Daarmee zeggen we overigens niet dat deze garages helemaal voor bewoners worden gereserveerd. Ook bezoekers van de binnenstad kunnen hier nog steeds parkeren, en de garage van Triade blijft belangrijk voor het wijkcentrum Triade, maar het aantal beschikbare plaatsen voor bezoekers zal in de loop van de jaren wel afnemen.

Het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte neemt af. In de binnenhoven aan de Menning, het Dreuplein en tussen de Groningerstraat en de Oude Molenstraat gebruiken we deze ruimte om een nieuw en kwalitatief hoogwaardig woonmilieu te maken. Op andere plekken maken ze plaats voor andere kwaliteiten zoals groen, fietsparkeren of bijvoorbeeld een terras. De parkeercapaciteit in Assen is zo ruim dat er voldoende parkeerplaatsen overblijven.

Verkeer en parkeren in de binnenstad

Bereikbaarheid

De bereikbaarheid van de binnenstad met de auto is van groot belang voor onze ondernemers. In Drenthe is het autobezit hoog, omdat het openbaar vervoer minder fijnmazig is dan elders in Nederland en de afstanden relatief groot. Via goede routes vanaf de snelweg en de wijken ben je zo in de binnenstad. En via de centrumring heb je vlot een parkeerplaats gevonden, dicht bij je bestemming. Assen onderscheidt zich op dit vlak en dat willen we zo houden. Dat is een van de redenen waarom de binnenstad van Assen interessant is.

Op een groot deel van de centrumring is de auto echter wel heel dominant aanwezig, met breed asfalt, stenige middenbermen en ruim opgezette kruisingen. Daar willen we iets aan doen. De centrumring krijgt een heel ander profiel. De inrichting van binnenstad, centrumring en omringend gebied gaat veel vloeiender in elkaar over. Er komt meer groen, meer ruimte voor voetgangers en fietsers en je steekt straks veel makkelijker over. De auto is hier te gast.

Om delen in de binnenstad te ontlasten wordt het autoverkeer via de gewenste routes gestuurd middels een goede (digitale) bewegwijzering. Met actuele data wordt de auto geleid naar de beschikbare parkeerplaatsen in het centrum, zodat dit voor het minste overlast zorgt.

Dit geldt voor de hele centrumring, maar bij de Weiersstraat is dit van extra groot belang. DNK en de kop van de Vaart horen bij de binnenstad. Het nieuwe profiel moet deze plekken er echt bij gaan trekken. Om dat te bereiken wordt de Weiersstraat en de Kop van de Vaart autoluwer, maar wel nog steeds onderdeel van de ring.

Fietsnetwerk in de binnenstad, en de belangrijkste verbindingen naar buiten

Duurzame mobiliteit

Drenthe is een echte fietsprovincie. Drenthe onderscheidt zich met honderden kilometers vrij liggende fietspaden dwars door onze prachtige natuurgebieden. Daar maken we zelf gebruik van, maar we trekken er ook heel veel toeristen mee. Hoewel de fietsroutes in Assen al goed zijn, is er nog ruimte voor verbetering. We sluiten de binnenstad beter aan op het netwerk van recreatieve fietspaden rond Assen. De binnenstad wordt zo een logisch onderdeel van het recreatieve fietsnetwerk en een logische plek om even te pauzeren. Terwijl we dat doen verbeteren we automatisch de fietsbereikbaarheid van de binnenstad voor Assenaren en maken we de verbinding tussen stad en omliggende natuur.

Als je dan op de fiets naar de binnenstad bent gegaan, moet je ‘m ergens parkeren. Daar hebben we in Assen goede voorzieningen voor in een fijnmazig netwerk van relatief compacte stallingsplekken. Je kunt zo altijd dicht bij de bestemming je fiets kwijt. En eventueel fiets je daarna weer verder naar je volgende bestemming in de binnenstad. Het aantal georganiseerde fietsparkeerplekken neemt toe van 1.100 naar 1.500. In de omgeving van het Koopmansplein zouden we graag een wat grotere, inpandige stalling realiseren. Die moet dan wel heel toegankelijk zijn, anders wordt er te weinig gebruik van gemaakt.

In de binnenstad willen we deelmobiliteit stimuleren, omdat dit bijdraagt aan een lager eigen autobezit, een lagere parkeervraag en duurzamer ruimtegebruik. De huidige parkeergarages aan de randen van de binnenstad – de Cité, Triade, Mercuriusgarage – kunnen ingezet worden als centrale parkeerplek voor deelvoertuigen. De verwachte toename van elektrische voertuigen willen we faciliteren. Dit doen we door extra laadpalen toe te voegen in de huidige parkeergarages en zo min mogelijk op straat. 

Van een heel andere orde is de logistiek van bezorgrestaurants. In Assen wordt nog veel bezorgd met de auto, terwijl we in andere steden de elektrische fiets of scooter op zien komen. Die trend zien we graag snel naar Assen overwaaien. Omdat veel zaken zowel ter plaatse bedienen als bezorgen, is het publiekshart een logische vestigingsplaats. Door de coronacrisis zijn meer restaurants overgestapt op bezorgen en wellicht blijven ze dat na de crisis doen. Dat model is alleen houdbaar als we overstappen naar duurzaam bezorgen met elektrische fiets of scooter, anders wordt het te druk met bezorgauto’s in en rond de binnenstad. We concentreren deze horeca met elektrische fiets of scooter op locaties met een goede bereikbaarheid, waar ze de bezoekers van de binnenstad zo min mogelijk in de weg zitten.

Ook de bevoorrading van winkels en horeca gaan we in de toekomst verduurzamen. In Assen zijn we in 2025 volledig overgestapt op zero-emissie stadslogistiek. Laden en lossen concentreren we, opnieuw met het Drents DNA in het achterhoofd, op enkele strategische locaties aan de rand van de binnenstad en op speciaal daarvoor aangelegde laad- en losplekken. Zo geven we de stad zoveel mogelijk aan de bezoeker.

De bereikbaarheid van de binnenstad met de trein is goed. Zeker nu de Stationsstraat is heringericht, met meer ruimte voor de voetgangers en fietser. Per bus is de binnenstad nu nog heel beperkt bereikbaar. Dit verdient meer aandacht in de toekomst.

Interactie organiseren

Hardware heeft software nodig om te kunnen functioneren. Deze visie gaat daarom niet alleen maar over de stenen. De stad komt tot leven als mensen er gebruik van maken om er te ondernemen, te werken, te wonen en te beleven. Nog beter wordt het als er continu interactie plaatsvindt tussen al die mensen, initiatieven en ideeën. Ondernemers noemen dit ook wel cross-selling of arrangementen. Dat gaat niet altijd vanzelf, dat moet je organiseren.

Een mooi voorbeeld is de samenwerking tussen het Drents Museum en Vaart in Assen rond grote exposities. Rond de tentoonstelling Sprezzatura over 50 jaar Italiaanse schilderkunst kreeg de hele binnenstad een Italiaans tintje. Deze interactie kunnen we in veel meer situaties organiseren. Evenementen die aansluiten op het Drents DNA kunnen de stadsmarketing van Assen versterken. Als we de warenmarkt onderscheidend maken hebben we een trekker van jewelste, ook voor toeristen. Kunstenaars kunnen kunst realiseren op een plein of hun creativiteit loslaten op een leegstaand pand. Het aanbod van cultuur, evenementen, horeca en winkelen moet in samenhang worden versterkt en gepromoot. Wij stimuleren en faciliteren onderlinge samenwerking, ondernemerschap en innovatie. Op die manier bieden we onze bezoekers een ervaring die uniek is voor Assen.

De interactie gaat over de grenzen van de binnenstad heen. Ook daarbuiten zitten bedrijven die betekenis hebben voor de binnenstad en andersom. Denk aan De Bonte Wever, Witterzomer, Van der Valk en het TT-circuit. Maar ook aan de bedrijven en kantoren die buiten de binnenstad zijn gevestigd.

En natuurlijk, dit soort dingen heeft tijd nodig om te groeien. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet voor het verbeteren van de afstemming en samenwerking rond de binnenstad. Het realiseren van de binnenstadsvisie is een gezamenlijke opgave van alle betrokken partijen. Er moeten mensen zijn die – vaak vrijwillig – hun tijd en energie erin willen steken. Die mensen hebben we genoeg in Assen. Maar we moeten ze wel zien, steunen en helpen. Door slim samen te werken, komen we een heel eind.

Visiekaart
Abonneer
Laat het weten als er
guest
3 Commentaren
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Peter Ywe van Bruggen
Peter Ywe van Bruggen
1 maand geleden

De afbeelding van de WeiersLAAN is een prachtige artist impressie. Alsof DNK zo aan een Amsterdamse gracht is gezet. Dit is natuurlijk helemaal niet realistisch. Wil je iets met die kant zou dan toch een enorme facelift moeten gebeuren aan het pand van Crazy Hair en Wo Hing. De Hema misschien verplaatsen (in het Forum vast nog wel plek, of benedenverdieping van V&D) voor een mooi groot plein en de achterkant van Mercurius Centrum dan ook updaten, eventueel met ruimte voor Horeca. Autoluw of autovrij maken vanaf de kop van de vaart tot aan de Alteveerstaat en je hebt dan een prachtig mooie plek voor terrassen en bruisende binnenstad. Denk aan het plein tussen Atlas theater en het winkelcentrum in Emmen. Het zijn prachtige plannen, maar ik vrees dat het schort aan doorpakken. Jaren geleden hadden we zo’n mooie discussie over het gebied rondom de TT baan, met heleboel toeristentrekkers en een ijsbaan. Er is toen niet daadkrachtig genoeg gehandeld en uiteindelijk staat Assen weer met lege handen. Toon lef, en pak het groots aan!

Uw rol
Inwoner gemeente
B. Groeneveld-Borrego
B. Groeneveld-Borrego
1 maand geleden

Met pijn in mijn hart lees ik de plannen. Vooral het feit dat men diverse winkelcentra wil laten ‘verdwijnen’ en de huidige bewoners gaat dwingen de auto te pakken om elders boodschappen te gaan doen. Als bewoner van de Cite voel ik mij behoorlijk in mijn hemd gezet door deze visie op de ontwikkeling van de Cite. Als genoemde plannen doorgaan; publiekstrekker als de Mediamarkt min of meer gedwongen wordt te verhuizen (of Assen vaarwel te zeggen) Als de Jumbo en de andere winkels verdwijnen, dan verdwijnt het woongenot in dit deel van het centrum en dit stemt mij triest als Assenaar.

Uw rol
Centrum bewoner
Peter
Peter
24 dagen geleden

Meer woningen in het centrum: prachtig. Helaas komen de sfeerbeelden van de Kop van de Vaart (prachtig verblijfsgebied, autovrij) niet overeen met de geschetste plannen. Waarom moet de Weierslaan deel blijven uitmaken van de ring? Denk creatief, daar zijn verkeerskundige oplossingen voor. Kop van de Vaart is een parel die alleen tot z’n recht komt autovrij, of auto-arm, dat kan alleen zonder doorgaand verkeer. Anders blijft het toptrio Brink/Plein/Vaart helaas vleugellam.

Uw rol
Inwoner gemeente